Welkom op de pagina van de schoolopleiders van Stichting Flore!
Op deze plaats willen wij, Cees Baart en Marie José Jongerius, je informeren over de de begeleiding van studenten en (startende) leerkrachten zoals dit binnen Flore vorm en inhoud heeft gekregen.
Wat is er opgezet en geregeld?
Wat is er opgezet en geregeld?
Stichting Flore heeft twee schoolopleiders aangesteld. Te weten: Cees Baart en Marie José Jongerius. Wij begeleiden pabo studenten op de scholen van Flore. Er is bewust gekozen om met verschillende pabo’s te werken. De meeste studenten komen echter van de pabo Inholland en van de Ipabo. In overleg met de betreffende pabo worden studenten begeleid. Voor Inholland is dit een groep studenten die zich in het eerste tot en met het vierde leerjaar van de opleiding bevinden. De begeleiding van de Ipabo studenten richt zich op de derde en vierdejaars studenten van de opleiding. Daarnaast kan het voorkomen dat er enkele studenten begeleid worden die verbonden zijn aan een andere pabo. De schoolopleiders onderhouden contact met de pabo’s over voortgang van de studenten in de stage. En op hun beurt worden de schoolopleiders betrokken bij nieuwe ontwikkelingen binnen de pabo’s. Hierin denken wij mee en brengen onze ervaringen vanuit de praktijk in. Op deze wijze vindt er een structureel overleg plaats met de opleidingsinstituten. Zo gaan theorie en praktijk beter op elkaar afgestemd worden. Flore vindt het belangrijk dat de pas afgestudeerde leerkrachten een goede start kunnen maken. Vandaar dat hiervoor een begeleidingsplan ‘ startende leerkrachten’ is opgesteld. Hierin staat dat de startende leerkracht direct begeleid gaat worden door een collega ofwel ‘maatje’. De rol van de schoolopleider hierbij wordt onder het kopje ‘doelgroepen’ beschreven.
Reacties
Aan ervaringen en reacties leiden wij af dat de aandacht die wij als Stichting Flore voor begeleiding en opleiding hebben, positief ontvangen wordt. Dit onderstreept nog eens dat het structurele karakter hiervan gewaardeerd wordt. Via de hieronder beschreven begeleidings- en opleidingsmomenten maken we het nog eens voor je zichtbaar.
Doelgroepen. De studenten. Met hen wordt afgestemd wat voor soort stagebezoek zij van ons krijgen. Dit kan een beoordelend of een begeleidend bezoek zijn. Tijdens de bezoeken kunnen wij de videocamera inzetten als begeleidingsinstrument. Door de beelden samen terug te kijken en hierop te reflecteren draagt dit bij aan de ontwikkeling van de student. De vierdejaars studenten. Zodra de studenten in hun vierde jaar aan hun stage op de beginnen, worden ze door de schoolopleiders in de stage begeleid. Daarnaast worden de studenten uitgenodigd voor intervisie bijeenkomsten. De eerstejaars leerkrachten. Voor hen worden vier bijeenkomsten door de schoolopleiders georganiseerd in oktober, november, februari en april. Op die momenten zijn zij een klankbord voor elkaar, wisselen ervaringen uit, leggen contacten en geven tevens aan waar ze zich al dan niet voldoende in ondersteund voelen. Bovendien worden zij daarnaast nog individueel begeleid middels een bezoeken in de klas. De tweedejaars leerkrachten. Voor hen worden er in oktober, januari en april startersbijeenkomsten georganiseerd en worden zij nog een maal in de klas bezocht. De begeleiding mag immers niet abrupt eindigen.
De mentoren
Naast de praktijkopleiders spelen de mentoren een belangrijke rol in de begeleiding. Zij worden hierin geschoold middels cursusdagen en intervisiebijeenkomsten. Tijdens de stagebezoeken worden de mentoren ondersteund in hun begeleiderstaak. Dit wordt het mentor- plus traject genoemd. Mentoren die gedurende vijf jaar het traject hebben doorlopen ontvangen een certificaat. Stichting Flore streeft ernaar om in de toekomst met gecertificeerde mentoren te werken.
Praktijk en theorie
De schoolopleiders hebben te maken met de studenten en de docenten op de opleidingen en in de stage met de studenten en de mentoren. Op deze wijze krijgen zij zicht op hoe de studenten aan hun theoretische kennis en vaardigheden komen en hoe de koppeling van theorie en praktijk tot stand gebracht wordt. Tevens zijn zij in de gelegenheid om signalen (vragen en wensen) vanuit de praktijk aan de opleiding door te geven. De schoolopleiders vinden de vragen vanuit het werkveld belangrijk. Door met deze vragen met de opleidingen in gesprek te gaan, willen zij de praktijk op de theorie afstemmen en verantwoordelijkheid nemen voor de invulling van wat studenten op de werkplek leren. Op deze manier kan er gesproken worden van ‘Opleiden in School’. De schoolopleiders bevinden zich als het ware als een spin in het begeleidings- en opleidingsweb.
“Opleiden in School”
“Opleiden in School”
Bij Opleiden in School is er sprake van nauwe samenwerking tussen besturen (scholen) en opleidingen en student. Vernieuwingen met betrekking tot het opleiden van toekomstige leerkrachten worden zo tot stand gebracht. Vernieuwingen in de zin van meer dagen stage lopen per week door de student en het doen van onderzoeksopdrachten die nog meer aansluiten bij de praktijk. Het is voor Stichting Flore belangrijk dat de kwaliteit van het opleiden gewaarborgd is. Zij is daarom van mening dat het belangrijk is dat mentoren en schoolopleiders hiervoor zelf eerst goed opgeleid moeten zijn. Aan dit laatste wordt voortdurend gewerkt.
De schoolopleiders
Door het gegeven dat de schoolopleiders van Stichting Flore heel frequent op de scholen komen, worden zij ‘het gezicht’ voor al datgene wat met opleiden en begeleiden te maken heeft. Het gevolg is dat de lijnen via hen korter worden en dat de begeleiding in het algemeen bij Stichting Flore transparanter wordt.
Voor vragen en opmerkingen kun je altijd bij ons terecht.
De schoolopleiders,
Cees Baart c.baart@stichtingflore.nl en
Marie José Jongerius m.jongerius@stichtingflore.nl
Marie José Jongerius m.jongerius@stichtingflore.nl